GOD nabij

DE OPENBARING

Dit visioen vond plaats in de Rooms katholieke kerk " De Goddelijke Verlosser " te Drachten, waar ik voor het eerst - bewust - met mijn Vader en Moeder, mijn twee zussen en drie broers naar de kerk ging. 

Ik was toen tussen mijn 5de en 6de jaar.

 

Wij gingen die morgen aan de rechterkant, net niet in het midden van de kerk zitten. Ik zat als enige aan de rechterkant van mijn Vader.
Plotseling hoorde ik twee stemmen spreken en voelde hun aanwezigheid dichtbij, voor mij.

Er werd gezegd dat " HIJ " mij wou zien, en ik kon voelen - zien - dat de persoon die dat zei schuin omhoog over mij rechterschouder, achter mij keek.

Er werd gezegd dat er nog moest worden gebeden en daar werd op gewacht.

En dan hoor ik zeggen;  "se binne oant bidden ta" / "ze zijn aan het bidden toe" en ik ging voor het eerst in mijn leven op mijn knieŽn en wist meteen hoe het moest.

Ik hoorde de volle kerk geknield het  " Onze VADER bidden ", en daar was " HIJ ".

GOD was aan mijn rechtkant, - schuin achter mij - dichtbij en ik voelde dat ik werd bekeken, HIJ ging achter mij langs en ik ervoer ZIJN aanwezigheid ook aan de andere kant. Toen GOD voor mij langs ging was HIJ even weg.

GOD liet het mij weer "zien " en voelen  toen HIJ weer terug was aan mijn rechterkant en ik hoorde HEM zeggen;

 

" LIT LIEUWE NEI HIM SJEN " /  '' LAAT LIEUWE NAAR HEM KIJKEN ''.

 

Ik voelde en wist meteen zonder te hoeven kijken dat mijn Vader stomverbaasd was om mij te zien knielen en Pa wist opdat moment ook meteen dat ''HIJ''er was. Het zal een aanblik van devotie zijn geweest, het was voor mij een gevoel van rust en vertrouwen.  Na het gebed verschenen er meer gedaanten voor mij.

Ik hoor GOD zeggen; " EEN BYTSJE MEER " / " EEN BEETJE MEER '' en ze zijn dan beter waarneembaar - al bleef het vaag - dan de eerste gedaanten en ik "zie" weet meteen dat JEZUS CHRISTUS er bij is, een jeugdige CHRISTUS.

Er gaan daarna twee gedaanten voor mij staan die plotseling uiteen wijken en daar staat ie vlak voor mij, de Duivel. Ook dan weet ik meteen wie het is en dat je daar niet bij wezen moet.

Dan word het volgende gezegd door de Duivel; " dus dit moat him wurre, wat moast mei sa'n bangskitter "/ "dus dit moet hem worden, wat moet je met zo'n bangeschijter."

Dan lacht hij en hoor ik hem tegen GOD zeggen; " oh dat doch ik, ik krij him van dy, dat fyn ik mooi van dy "/   " oh dat doe ik, ik krijg hem van je, dat vind ik mooi van jou " En dan; " o, wat een koppige kerel ".
De Duivel is verbaast dat GOD mij een beetje op een afstand houd en  mij " het '' niet laat voelen,

" de GODDELIJKE Liefde ''.

Ik hoor GOD Zeggen;  " DAN WOL ER FIERSTENTE GAU NEI MY EN DAT WOL IK NET " / " DAN WIL HIJ VEEL TE SNEL NAAR MIJ EN DAT WIL IK NIET ". 
 

Dan hoor ik de Duivel zeggen; " oh do dochst CHRISTUS by him , dat fyn ik gemeen fan dy," / " oh jij doet CHRISTUS bij hem, dat vind ik gemeen van je " en dan zegt hij; " oja dan wol der nooit wer oars " / " o ja dan wil hij nooit weer anders," en; " ik hy him dea dyn ot ik it witten hy "/ " ik had hem gedood als ik dat had geweten ".

 

Ik hoor GOD Zeggen;  " D ROM HA IK IT FERBURGEN HULDEN FOAR DY '' /  " DAAROM HEB IK HET VERBORGEN GEHOUDEN VOOR JE ''.
 

Ondertussen word - ik vermoed - bij het breken van het brood geknield en ik hoor GOD zeggen ;

" DAT HOE 'T NET FAN MY " /  " DAT HOEFT NIET VAN MIJ " 

Er word gezegd dat er later bijna geen gelovige mensen meer over zijn, maar zodra ik ben begonnen , de mensen zullen overlopen.

Ik hoor GOD zeggen ; " HY MOAT IT BY MY WEI HELJE " /  " HIJ MOET HET BIJ MIJ WEGHALEN" en " LIT HIM ZWIJGE OER DE FIZIOENEN '' / " LAAT HEM ZWIJGEN  OVER DE VISIOENEN ''.
Er zegt iemand tegen HEM dat ik later moeite zal hebben om dat zwijgen te doorbreken,

maar ik hoor GOD zeggen ;  " IK WOL IT SA HA " / " IK WIL HET ZO HEBBEN ".

Ik hoor GOD  rechts achter mij zeggen;  " LIT HIM STEAN GEAN " / '' LAAT HEM GAAN STAAN ''  en dan komt er iemand bij mij die mij helpt en zegt te gaan staan. Ik weet nog dat ik dacht als mijn vader het zou zien, hij er wat van zou zeggen, maar GOD stelde mij gerust.

Een paar banken voor ons zat een man die zich had omgedraaid.
Ik hoor GOD zeggen;  " HE ", - mij bedoelend - " HAT HIM AL SJOEN " /  " HIJ HEEFT HEM AL GEZIEN " en dan dichterbij mij komend zegt HIJ; " DEZE MAN IS BELANGRYK FOAR DY " / " DEZE MAN IS BELANGRIJK VOOR JE ''
De man was verbaast, dat ze van boven waren voor mij, een kind. Ik hoorde hem in de Geest zeggen dat hij het jammer vond dat hij het niet zou meemaken, maar hij had een rijk leven gehad vond hij. Er word tegen hem gezegd dat hij met mij in een band zal spelen. Hij antwoord dat tegen de tijd dat ik volwassen ben, hij oud is.

 

Ik hoorde GOD Zeggen; "HY KRIJT EEN NEI LEVEN " / '' HIJ KRIJGT EEN NIEUW LEVEN ''. 

 

Op dat moment zweefde ik even hoog in de lucht en zie GOD - en toch niet - met  anderen onder mij. Ik hoor een vrolijke stem zeggen;" Sil ik my sjen litte?,nee dat doch ik toch mar net "/ " Zal ik mij laten zien?,nee dat doe ik toch maar niet "

Dan ben ik weer beneden en hoor GOD Zeggen: " DEZE MAN MOAT SIZZE WAT ER SJOEN HAT "/ " DEZE MAN MOET  ZEGGEN WAT HIJ HEEFT GEZIEN '' , maar ik hoorde de man zeggen dat hij dat niet wilde.
Ik hoorde GOD enigszins geÔrriteerd zeggen; " SOARGJE DER FOAR DAT ER IT DOCHT." / '' ZORG ER VOOR DAT HIJ HET DOET ''.

En ik zie  - in de Geest - de man  met andere mannen naar een kamer gaan.

 

Naast mij aan de rechterkant  komt iemand die naar boven kijkt, en vaag zie ik het gezicht van de MAN , die ik hoor zeggen; " LIT HAR KOMME " / '' LAAT HAAR KOMEN '' .  Boven mij verschijnt een vrouw, die in mij treed. Ik krijg een gevoel van enorme Liefde, Zachtheid en Devotie.

GOD tempert haar kracht waarmee zij zich manifesteert en ik hoor HEM Zeggen ; " EEN BYTSJE MINDER / EEN BEETJE MINDER ".

Van de rechterkant - schuin van achteren - komt GOD naar mij toe en ik hoor de woorden ; " NO MAT IK MAR WER EVEN " /  " NU MOET IK MAAR WEER EVEN ".

HIJ is dichtbij en ik voel - de VRIENDELIJKHEID  - ZIJN blik op mij rusten als HIJ zegt; " HY MOAT WITTE DAT SE BY HIM KOMT " / " HIJ MOET WETEN DAT ZIJ BIJ HEM ZAL KOMEN "

Toen ging GOD bij mij vandaan.

 

Het laatste wat ik hoorde was een stem boven in de kerk die zei; " is iederien klear? "/ " is iedereen klaar? "

Toen hoorde ik het geluid van kettingen en het omhoog gaan van een rolluik en er werd gezegd dat ik moest weten dat " de HEMEL iepen giet " /  " de HEMEL open gaat ".

 

 

Volgende